Nieuws

31/07/2014

Rijk, zeehavens en bedrijfsleven slaan handen ineen


Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu), de vijf Nederlandse zeehavens, het zeehavenbedrijfsleven en het Topteam Logistiek hebben vandaag een gezamenlijk werkprogramma getekend met daarin de prioriteiten voor de Nederlandse zeehavens tot eind 2016. Met 10 concrete acties voor het Rijk en 10 acties voor zeehavens en bedrijfsleven willen de partijen de positie van de Nederlandse zeehavens versterken.

Actuele uitdagingen
Het bedrijfsleven in de zeehavens ziet zich geconfronteerd met een aantal grote uitdagingen. De keuze van verladers en investeerders voor de Nederlandse zeehavens is niet meer vanzelfsprekend. De slag om de lading is hevig en de gevolgen van de economische dip zijn goed voelbaar. In Noordwest-Europa dreigt overcapaciteit in de raffinagesector en bij containerterminals. Zeehavens in buurlanden ontvangen daarnaast staatssteun, waardoor de concurrentiepositie van de Nederlandse havens onder druk staat. 

Prioriteiten
Het is voor het eerst dat Rijk, zeehavens en bedrijfsleven een gemeenschappelijk werkprogramma presenteren. Het actieprogramma besteedt aandacht aan zes thema's: 1) de zeehavens en Europa, 2) bereikbaarheid en logistiek, 3) ondernemerschap en arbeidsmarkt, 4) duurzaamheid en innovatie, 5) zeehavens en hun omgeving en 6) havensamenwerking en de borging van publieke belangen. Binnen elk van deze thema's zijn acties afgesproken om de zeehavens en het bedrijfsleven de komende twee jaren te versterken. Het werkprogramma komt bovenop de lopende investeringen in infrastructuur en de activiteiten van de topsectoren.

Bijzonder moment
Minister Schultz noemt het een bijzonder moment in de maritieme geschiedenis. “Onze zeehavens ondervinden stevige concurrentie en dat vraagt om een krachtig antwoord. Niet in de vorm van een Rijksvisie, maar een pragmatische aanpak: hoe kan het Rijk helpen? Willen we onze huidige positie behouden, dan moeten we gezamenlijk aan de slag. Met dit werkprogramma.”

Maritiem loket
Voor de ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken gaat het om concrete ondersteuning. Het Rijk zet zich onder meer in om de staatssteun in de buurhavens Antwerpen en Hamburg te verminderen. Ook zal het Rijk een maritiem loket instellen voor het aanvragen van Europees geld, de regeldruk verminderen rond invoer en achterlandvervoer van zeevracht en maatregelen nemen om de groei van het spoorgoederenvervoer in goede banen te leiden. Ook zal het Rijk onder meer onderzoeken welke knelpunten er zijn in de aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt op de behoeften in de zeehavens, wat de verschillen zijn in de inspectie- en toezichtskosten tussen Nederlandse, Belgische en Duitse havens en hoe de publieke belangen in de Nederlandse zeehavens beter kunnen worden geborgd.

Lef
Minister Schultz is heel blij dat het eerste werkprogramma er ligt. “Het was een spannend proces. Gelukkig ligt er nu een stevig en realistisch programma. Bovendien zijn de belangen soms verschillend, omdat het niet vanzelfsprekend is dat je als concurrenten rond de tafel gaat zitten. Dat getuigt van lef.”

Ondertekenaars
Allard Castelein, CEO Havenbedrijf Rotterdam: “Het Nederlandse investeringsklimaat staat onder druk. Dit werkprogramma moet ervoor zorgen dat onze positie binnen Europa sterker wordt. Terecht focust het programma daarom op gelijke regels voor alle havens in Europa, op bereikbaarheid, op duurzaamheid en innovatie.”

Dertje Meijer, CEO Havenbedrijf Amsterdam: “De belangen zijn groot en daarom is het goed dat dit programma is ontwikkeld. Het adresseert een aantal concrete knelpunten en kansen waar Nederlandse havens mee te maken hebben. De prioriteitenlijst, de concrete acties en de pragmatische aanpak moet leiden tot het versterken van onze internationale positie.

Timo Huges, Topteam Logistiek / Strategisch Platform Logistiek: “Goede verbindingen met het achterland zijn bepalend voor de Europese concurrentiepositie van de Nederlandse havens. Het is dan ook terecht dat de kwaliteit van die verbindingen, met name het spoor, een essentieel onderdeel vormt van het werkprogramma voor de komende jaren.”

Jan Lagasse, CEO Zeeland Seaports: “Voor Zeeland Seaports en het havenbedrijfsleven in Zeeland zijn een goede nautische toegankelijkheid  en goede achterlandverbindingen van zeer groot belang voor hun concurrentiepositie. Het werkprogramma waarvoor we tekenen, onderkent dit belang.”

Ook Harm D. Post, directeur van Groningen Seaports, is verguld over het behaalde resultaat. ”Kenmerkend in deze  totstandkoming is een zeer eendrachtige onderlinge samenwerking met gerichte effectieve resultaten op het gebied van logistieke ontsluitingsmogelijkheden. De uitdagingen die er zijn, zijn integraal behandeld, zonder onderscheid in positie of regio.”   

Ferdinand van den Oever, directeur Havenschap Moerdijk: “Port of Moerdijk vormt als vierde zeehaven en hotspot in de Vlaams-Nederlandse Delta voor duurzame procesindustrie en logistiek een belangrijke toegangspoort naar het Europese achterland. Op wereldschaal zijn we als individuele havens een kleine stip. Door naast gezond concurrerend ook complementair aan elkaar een aantal thema's op te pakken, kunnen we de positie van Nederland als logistieke wereldspeler en Gateway to Europe verder verstevigen en uitbouwen."

Steven Lak, voorzitter Rotterdamse ondernemersorganisatie Deltalinqs: “Ik geloof in de kracht van de samenwerking en hoop dat de gezamenlijke acties een stevige bijdrage leveren aan het verbeteren van het ondernemersklimaat in de Nederlandse havens. De titel van het programma is treffend, want het is inderdaad op dit moment: alle hens aan dek!”

Paul Wevers, voorzitter Amsterdamse ondernemersvereniging ORAM: “De concurrentiepositie van Nederlandse zeehavens moet beter en verschillen in inspectiedruk in Europa moeten kleiner. Dat wordt actief aangepakt met dit programma. Een mooi resultaat van een goede samenwerking tussen overheid, havens en havenbedrijfsleven.”

Peter Struik, voorzitter Brabants Zeeuwse Werkgeversvereniging: “Goed dat er een gezamenlijke aanpak komt van alle belanghebbenden bij de Nederlandse zeehavens: bedrijfsleven, havenbeheerders en overheid. Meer dan ooit moeten wij als land onze concurrentiepositie versterken om onze koppositie te behouden. Logistiek en industrie, cruciale sectoren in Brabant en Zeeland, zijn daarbij onlosmakelijk met elkaar verbonden. Betere achterlandverbindingen en een optimale infrastructuur zijn onontbeerlijk voor de verdere ontwikkeling in die sectoren.”

Cor Zijderveld, voorzitter Samenwerkende Bedrijven Eemsdelta: “Nieuwe ambitie en focus op de Nederlandse haveninfrastructuur juichen wij van harte toe. Onze havens in de Eemsdelta bieden onder meer sterke chemie- en energieclusters (inclusief windenergie en biobased economy). Met een innovatief vestigings- en ontwikkelingsklimaat, voldoende ruimte en goede verbindingen met het achterland zonder congestie.”

Ontwikkelingen
De ondertekening vormt de start van het werkprogramma, maar de ontwikkelingen staan niet stil. Minister Schultz heeft daarom niet gekozen voor het opstellen van een beleidsnota voor tien jaar, maar voor een voortschrijdend werkprogramma van steeds twee jaar, samen met de partners. Ook zal de minister tussentijds de voortgang van het actieprogramma bewaken en waar nodig in overleg met de partners aanpassingen doorvoeren die aansluiten bij de actualiteiten. Eind 2016 wordt voor de volgende periode van twee jaar een nieuw werkprogramma vastgesteld.


Vorige Volgende